09-12-2006 - Verdachte van brand Schiphol komt vrij

Rotterdam - De 24-jarige Libiër die wordt verdacht van brandstichting in het cellencomplex op Schiphol-Oost komt vrij. De Raad van State, de hoogste bestuursrechter, bepaalde gisteren dat hij niet in vreemdelingenbewaring mag worden gehouden.

De Libiër, Achmed Al-J., was in november door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in vreemdelingenbewaring gesteld, nadat hof in Amsterdam zijn voorlopige hechtenis had geschorst. Hij had toen bijna een jaar in voorarrest gezeten. Bij de brand in het cellencomplex kwamen eind oktober 2005 elf mensen om het leven.

De rechtbank in Utrecht oordeelde eerder ook al dat Achmed Al-J. niet in vreemdelingenbewaring mocht worden gehouden en moest worden vrijgelaten. Mensen die illegaal in Nederland verblijven, zei de rechtbank, mogen alleen worden vastgehouden als ze op afzienbare termijn kunnen worden uitgezet. Dat is bij Al-J. niet zo. Hij moet van het hof in Nederland blijven zolang de strafzaak over de Schipholbrand nog tegen hem loopt. Hij moet zich ook elke dag melden bij de politie.

Tegen het oordeel van de rechtbank in Utrecht tekende de IND beroep aan bij de Raad van State. De IND vond dat Achmed Al-J. moest worden vastgezet om hem zo snel mogelijk te kunnen uitzetten. De Raad van State trof op 1 december een voorlopige voorziening, waardoor Achmed Al-J. kon worden overgebracht naar het detentiecentrum bij Rotterdam. Maar gisteren schaarde de Raad van State zich toch achter het oordeel van de rechtbank in Utrecht en gelastte de vrijlating van de Libiër.

Achmed Al-J. verblijft op dit moment rechtmatig in Nederland, omdat hij eind november een verblijfsvergunning heeft aangevraagd. De negendertig andere overlevenden van de Schipholbrand hebben allen een verblijfsvergunning gekregen. De strafzaak tegen hem is nog in voorbereiding. Dinsdag dient er weer een pro-formazitting voor de rechtbank in Haarlem.

Bron: NRC, 9 december