10-11-2006 - Demagogie...

Veel uitspraken van politici in verkiezingstijd moeten niet al te serieus worden genomen. Bijvoorbeeld omdat ze vooral demagogisch zijn, bedoeld om het publiek aan zich te binden. In demagogische zinnen is vaak sprake van overdrijving van een aspect van de overtuiging, van de een of van de ander. Demagogie is een manier om iemand tot een conclusie te laten komen door een beroep te doen op diens ´gezond verstand´ en op diens ´logica´.

Een demagoog verkondigt niet zo zeer onwaarheden, maar probeert de luisteraar zelf tot een conclusie te laten komen die, meestal, negatief is voor de tegenstander en die de demagoog in een positief daglicht stelt. De waarheid speelt daarin een ondergeschikte rol.

Dat spelletje horen en zien we dagelijks. Wie zich dat realiseert, ergert zich vooral aan de meeste deelnemers aan de verkiezingsuitzendingen. In feite zijn de meeste debatten een uiting van minachting voor de gezonde kijker/luisteraar. Denken politici werkelijk dat kiezers zich zo laten bedotten? Helaas denken ze dat en helaas hebben ze voor een flink deel gelijk.

Sommige politici doen uitspraken die niets meer met demagogie te maken hebben, maar die ´echt´ zijn. Minister Verdonk bijvoorbeeld, die deze week zei dat de Commissie Gelijke Behandeling maar moet verdwijnen. Ze vindt het onzinnig dat de Commissie vindt dat een school een docente niet mag ontslaan die handen weigert te geven. Te gek voor woorden, zegt de minister.

Volgens de minister zijn in dit land mannen en vrouwen gelijk en daarom: gewoon handen geven. Ze suggereert daarmee dat de uitspraak van de Commissie te maken heeft met de verhouding man-vrouw. Het pijnlijke is dat de gewraakte uitspraak daar niets mee te maken heeft. Integendeel, de Wet Gelijke Behandeling geeft ruimte om recht te doen aan de persoonlijke levensinvulling en het beleven van godsdienst, zoals het al dan niet geven van handen. De uitspraak is gebonden aan de situatie op de Utrechtse school en die was zodanig dat toepassing van de Wet Gelijke Behandeling leidt tot de uitspraak dat de school de docente niet kan verplichten om handen te schudden. Er zijn ook andere manieren om respectvol te groeten. Men kan die uitkomst belachelijk vinden, maar de minister misleidt als ze die uitkomst wil herleiden tot de verhouding man-vrouw.

...en dingen die niet deugen

De minister heeft de uitspraak van de Commissie niet gelezen, dat is duidelijk. Ze is afgegaan op haar gevoel dat mede wordt beïnvloed door de rel die ze had met een imam, die weigerde haar de hand te schudden. En door de daad van de koningin die voorkwam dat tijdens een van haar bezoeken aan moslims er een pijnlijke situatie zou ontstaan op het punt van handschudden.

Hoe natuurlijk het ook is om te vinden dat iedereen die in Nederland woont, handen moet willen schudden, een minister moet meer doen dan het gewone. Bijvoorbeeld zich verdiepen in de motivatie van de uitspraak. Verdonk heeft gebruik willen maken van het algemene gevoel en heeft flink willen zijn. Ze is daarin behoorlijk geslaagd; de reactie-site van De Telegraaf bevat tientallen reacties die haar gelijk geven in haar afwijzing van de uitspraak. Of die reacties bevorderlijk zijn voor een volwassen discussie over opvattingen, religieuze gebruiken en andere maatschappelijk belangrijke onderwerpen, is overigens de vraag.

De minister heeft in haar aanval op de Commissie nog een paar onwaarheden in stelling gebracht. Ze suggereert dat de Commissie vooral juridisch bezig is, met als gevolg juridische procedures. Dat is niet waar. Van de 250 uitspraken van de Commissie zijn er hooguit vijftien bij de rechter terecht gekomen. Dat is een betrekkelijk laag percentage. Het is duidelijk; Verdonk is verstrikt geraakt in halve waarheden; haar gevoel voor ´recht door zee´ heeft haar op dwaalwegen gebracht, voor de zoveelste keer.

De demagoog is zo handig om de luisteraar te verleiden om tot conclusies te komen die inhoudelijk gezien niet deugen, maar die de demagoog bevestigt in diens positie. De minister is geen demagoog; ze vertelt zélf wel dingen die niet deugen.

Bron: Friesch Dagblad, 10 november