28-10-2006 - Ongewenste elementen moeten worden geweerd

Ook politiemensen moeten de geschiedenis en vergelijkingen daaruit als spiegel willen gebruiken. Soms is dat confronterend, net zoals de gelijkenis waarin de priester en leviet met een boog om het probleem lopen, omdat ze anders zelf in de problemen zouden kunnen komen.

In het ND van 25 oktober schrijft Hans Bronswijk over uitzetten van asielzoekers en de bekritiseerde zinsnede van het ChristenUnie-Kamerlid Tineke Huizinga. Bronswijk schrijft vanuit de functie: docent in het politieonderwijs en voormalig hoofd van een vreemdelingendienst. Omdat ik zijn opinie nogal eenzijdig vind, wil ik daar de mijne tegenoverstellen. Te meer omdat hij bepaalde zaken als feiten poneert, terwijl dat geen feiten zijn.

Mijn kennis over deze materie heb ik opgedaan in meer dan veertig jaar politiedienst in vele takken daarvan, onder ander de Vreemdelingendienst in Dordrecht. Voor mijn pensionering, vorig jaar, was ik opleidingshoofd bij de Politieacademie (Recherche) waarbij ik o.a. sterk betrokken was bij studiedagen over mensensmokkel.

Maar niet alleen vanuit mijn politie-ervaring wil ik wat feiten en visies zetten tegenover de opinie van Bronswijk. Ik put daarbij ook uit mijn ervaringen als coördinator van de noodopvang van asielzoekers in Zutphen. Bij die noodopvang raakte ik betrokken als diaken van de Christelijke Gereformeerde Kerk.

Andere feiten
Bronswerk stelt dat het uit huis halen van asielzoekers niet op de vreemdste momenten en onverhoeds zal gebeuren als dat niet uiterst noodzakelijk is, en dat zelfs plaatboeven niet op zulke tijdstippen worden aangehouden. Mijn kennis is dat veel aanhoudingen in veel politiekorpsen uit praktische overwegingen in de nanacht worden uitgevoerd: grote kans op aantreffen, overdag tijd voor afwerking etc. Bronswerk kent deze praktijk kennelijk niet.

Verder haalt hij, in navolging van vele politici, aan dat de wet telt en rechters de casus hebben getoetst. Bronswerk weet ook wel dat die rechters bestuursrechters zijn, die toetsen op procedurefouten en niet de inhoud van de casus beoordelen. De inhoud is een zaak van beleid van de overheid. Maar die kennis doceert Bronswerk de onwetende lezer niet.
Hij stelt als feit, dat ´niet kunnen vertrekken´ zeldzaam is en dat het meestal ´niet willen´ is. Hoe weet hij dat zo goed? Mijn ervaringen zijn anders. Waarom worden er dan zoveel mensen na de uitzettingsbewaring weer op straat gezet? En hoeveel vertrekken er alleen uit de IND-boekhouding, maar niet uit Nederland.
De illegaliteit in, omdat ze de in bewaringstelling vrezen. En dat niet ten onrechte. Velen kunnen niet vertrekken, omdat ze geen reispapieren van hun ambassade krijgen. Vluchten kun je namelijk vaak alleen maar met valse papieren.

Geloofwaardigheid
Bronswijk suggereert ook, verpakt in een begripvol betoog, dat het om welvaartszoekers gaat, om misbruikers van procedures. In de noodopvang, maar ook in AZC´s kom ik erg veel hoog- opgeleide mensen tegen die hier absoluut niet voor de welvaart komen, maar wier leven onmogelijk was gemaakt in hun vaderland. Christenen uit Syrië, Iran e.d. Etnische minderheden uit oude sovjetlanden etc.

Waarom dan geen asiel gekregen? Ze moeten hun vluchtredenen bewijzen tot in het extreme toe bij de IND. In een vluchtsituatie is het meestal niet zo eenvoudig bewijzen mee te voeren. Dat de IND de geloofwaardigheid van de vluchtreden moet onderzoeken, is logisch en zeker niet eenvoudig. De door Bronswijk in dit verband genoemde en bestreden opvatting dat een rechtvaardig asielbeleid zou inhouden dat iedereen mag blijven, heb ik nog nooit iemand horen verkondigen. Ik vind dat dan ook een tendentieuze opmerking.

Bij het IND-onderzoek is het nu geworden tot: Alles wat niet bewezen is, is ongeloofwaardig.

Hoe komt dat? Dan ga ik even een paar jaar terug toen ik met ambtenaren van het ministerie van Justitie en de IND studiedagen over mensensmokkel voorbereidde. Ik ben toen geschrokken van hun houding en uitspraken (zodra de deuren waren gesloten). Dat hield kortweg in: ´Er is maar één doel en dat is minder asielzoekers´ - volumebeleid was het mooie woord -; ´het zijn gelukzoekers die onze welvaart bedreigen, niks zielig; organisaties als VluchtelingenWerk zijn dwarsliggers en moet je zoveel mogelijk weren´. Die houding kom ik nu voortdurend tegen bij alle gevallen die ik in de noodopvang en daaromheen tegenkom.

Procedures
Het begint met de haast onmogelijke eis van bewijs van je vluchtredenen. Het aangrijpen van elke vergissing, zelfs al is die door de tolk of advocaat veroorzaakt, om het vluchtverhaal als leugenachtig af te doen. Bij vervolgprocedures als een verblijfsaanvraag op medische gronden, op grond van een ´buiten-schuld´verklaring of op grond van nieuwe feiten, laat de afhandeling door de IND jaren op zich wachten. Dit terwijl er bij die procedures niet in leefgeld en onderdak wordt voorzien en de mensen maar moeten hopen dat er in de desbetreffende plaats door gemeente en/of de kerken er een noodopvang in het leven is geroepen. (Iets wat de Minister als ongewenst en ongehoorzaam betitelt.)

Tegen de afspraken wordt hun geen vreemdelingendocument meer gegeven, waardoor ze geen enkel identiteitbewijs bezitten, ondanks identificatieplicht in Nederland. Geen ziektekostenverzekering en ga zo maar door. Alle mensen in onze noodopvang mogen in Nederland verblijven, maar wachten nu al enkele jaren zonder overheidsvoorzieningen, zonder ziektekostenverzekering etc. op de behandeling van hun verzoek. Vaak moet ik dan terugdenken aan de houding en uitspraken binnenskamers van de ambtenaren van de ministerie en het IND: Volumebeleid; als ze, hoe dan ook, maar verdwijnen.

Jodenvervolging
Bronswerk vraagt empathie voor de politiemensen, marechaussees, justitie en rechters, die het al zo moeilijk hebben en nu zo onheus door Huizinga worden bejegend. Ik vraag Bronswerk dan maar een andere vergelijking te bezien. Niet in de oorlog ´40-´45, maar daarvoor, eind jaren dertig. Joden vluchten uit nazi-Duitsland naar Nederland. Eerst worden ze ondergebracht in een paar kampen. Maar al gauw vindt men dat het er te veel worden. Dat geeft maar problemen voor onszelf. De grenzen worden gesloten (wetgeving telt!) Ze hebben heus niet zoveel te vrezen in Duitsland, het valt wel mee. Een minister verklaart: ´Deze ongewenste elementen moeten uit onze samenleving worden geweerd´. De Amsterdamse politie geeft informatie over Joden door aan Duitsland. Ziet u overeenkomsten met allerlei situaties en voorvallen van de laatste jaren? Voor mij zijn ze zo helder als glas en ik vraag me alleen maar af of anderen ze gewoon niet willen zien.

Ik hoop dat ook politiemensen de geschiedenis en vergelijkingen daaruit als spiegel willen gebruiken. Soms is in de spiegel kijken confronterend. Net zo confronterend als de gelijkenis waarin de priester en leviet met een boog om het probleem lopen, omdat ze anders zelf in de problemen zouden kunnen komen. Voor zijn twijfel bij het stemmen zou ik Bronswerk willen verwijzen naar het artikel ´Stem Wijzer´ van professor Den Hertog in de krant van afgelopen maandag.

Steef van Keulen is oud-hoofdinspecteur van politie en coördinator Noodopvang.

Bron: Nederlands Dagblad, 28 oktober, Steef van Keulen