27-10-2006 - Herdenking brand vooral felle aanklacht

Amsterdam - De herdenking van de elf slachtoffers van de Schipholbrand, donderdagavond in de Amsterdamse Dominicuskerk, stond in het teken van een felle aanklacht tegen het asielbeleid in Nederland. "Wij knielen niet. Ik zweer bij de geest van de elf doden dat we door zullen gaan voor asielzoekers die het land dreigen te worden uitgezet."

Muisstil zijn de honderden aanwezigen in de monumentale Dominicuskerk als een boomlange zwarte man, overlevende van de Schipholbrand, achter de katheder plaatsneemt. Hij zwaait wat, hij stamelt wat, hij zegt niet veel. Hij wijst naar de nabestaanden van een Surinaamse jongeman. "Ik voel me schuldig, schuldig, schuldig. Ik heb het overleefd, die Surinaamse jongen niet."

Elf doden eiste de Schipholbrand, vrijdag een jaar geleden. Vijftien mensen raakten gewond. Spijkerhard was het oordeel van de Onderzoeksraad voor veiligheid onder aanvoering van prof. mr. Pieter van Vollenhoven. Als de overheid meer werk had gemaakt van de brandveiligheid in het cellencomplex, waren er geen of minder doden gevallen.

"Dit is meer dan een kras op de ziel, zoals het kabinet heeft gezegd", spreekt oud-burgemeester Van Thijn van Amsterdam. "Dit is een open wond in de Canon van de Nederlandse geschiedenis. De overheid is ernstig tekortgeschoten. Er is sprake van nonchalance, disrespect, nalatigheid."

Bitter en strijdlustig is de toon in nogal wat toespraken. "Schiphol is mijn dagelijks leven", spreekt een Afghaanse asielzoeker die aan de vlammen kon ontsnappen. "Ik ben omringd door de dood, door schuldgevoel, door onrust. Ik ben op zoek naar licht in de duisternis."

Fel is de aanklacht van de jongeman tegen de Nederlandse autoriteiten. "Ik moest mijn land ontvluchten. Ik heb gesmeekt om een verblijfsvergunning. Ik heb zes jaar als een vogel in een kooi in Nederland geleefd. Ik ben hier mentaal kapotgegaan. Ik weet niet meer of ik een mens of een dier ben. Ik voel me oud in mijn ziel."

De in de jaren tachtig uit Iran gevluchte schrijver Kader Abdolah is messcherp. Ademloos verneemt de volle kerk zijn indringende pleidooi voor "de 26.000 asielzoekers" - vreemdelingen die hier al jarenlang zijn en geen verblijfsvergunning hebben. "Ik voel me schuldig. Zesentwintigduizend mensen zijn gevangengenomen, gegijzeld. Ik heb als columnist in de Volkskrant tientallen stukjes over de 26.000 mensen geschreven. Ik kan niet meer. Maar toch gaan we door. Wij knielen niet. Ik zweer bij de geest van de elf slachtoffers dat we doorgaan. Sorry dat jullie nooit belasting hebben mogen betalen, sorry dat jullie nooit met easyJet naar Spanje mogen vliegen, sorry dat jullie nooit je kinderen naar een restaurant mogen meenemen."

Hij maakt korte metten met bepaalde beelden over asielzoekers. "Wij zijn niet zielig. Wie zijn huis durft te verlaten, is een moedig mens. Wij bewonderen jullie in Nederland voor jullie democratie. Wij hebben talent. Wij maken mooie liedjes, mooie boeken. Wij zullen dit land mooier maken."

De moeder van de 34-jarige Robert Jules Arah uit Suriname, die omkwam bij de brand, is bedroefd. "Mijn zoon is op een afgrijselijke manier van ons weggehaald. Hij hield veel van zijn familie, van zijn vier kinderen. Het doet zo´n pijn. Wat moet ik zeggen? Het lijkt wel alsof de klok stilstaat, alsof het heden niet meer verder gaat. Ik zal hem gedenken. Soms met een lach, soms met een traan."

Van gisteravond tot vanmorgen hielden mensen een wake bij het cellencomplex op Schiphol-Oost. De wake bij het cellencomplex begon met het voorlezen van de namen van de elf slachtoffers. Daarna staken mensen bloemen in het hek van het detentiecentrum.

Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) en haar collega Hirsch Ballin (Justitie) hebben vrijdagmorgen bij het cellencomplex op Schiphol-Oost de brand herdacht. De bewindslieden, waarnemend burgemeester Netelenbos van de gemeente Haarlemmermeer en enkele nabestaanden legden bloemen bij een gedenkteken dat voor het complex is geplaatst.

Bron: Reformatorisch Dagblad, 27 oktober, J. Visscher