| 21-10-2006 - Verwarrend asielbeleid van IND |
Hoe gaat uitzetten met je hart? Hoe worden schrijnende asieldossiers beoordeeld? Kijk naar Jensen! Minister Verdonk sprak in die talkshow, en veroorzaakte verwarring bij een IND-eenheid.
Bij unit 3AG van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), op de begane grond van een IND-kantoor in Zevenaar, werken zo´n twintig mensen. In april kwamen er zeventien uitzendkrachten bij. Het team kreeg in september vorig jaar tot taak vóór eind 2006 ´met het hart´ te beslissen over ruim vierduizend ´schrijnende zaken´. Uit alle hoeken van het land reizen asielzoekers op afspraak naar Zevenaar (bij Arnhem) om nog ïïn keer hun zaak te bepleiten.
Voor de beoordeling hebben de IND´ers geen precieze instructies gekregen. Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) heeft in de Tweede Kamer gezegd dat voor inwilliging sprake moet zijn van een "uniek samenspel van elementen". Criteria zijn er niet, want dat zou neerkomen op nieuw beleid.
De Amsterdamse rechtbank stelde in juli van dit jaar dat deze manier van beslissen kan leiden tot willekeur. Volgens Verdonk is dat niet zo. "Het hele werkproces [...] bevat een aantal waarborgen", zegt ze op 29 augustus in de Kamer. "Die leiden ertoe dat er wïl met het hart wordt gekeken, maar dat er geen sprake is van willekeur."
Als een medewerker van de IND een zaak schrijnend vindt, kan hij een nota schrijven aan de minister. Hieraan moeten eerst een seniormedewerker, de unitmanager, de directeur asiel, het hoofd van de IND, een ´Commissie Schrijnende Zaken´ en de secretaris-generaal hun goedkeuring geven. Dan belandt de nota op het bureau van de minister.
Omdat het schrijven van een nota tijdrovend is, hebben de medewerkers van 3AG behoefte aan enig inzicht in de kans van slagen. Bij gebrek aan criteria pikken ze signalen hierover op uit e-mails van het IND-hoofdkantoor in Rijswijk, krabbels op nota´s en zelfs televisie-optredens van minister Verdonk, zo blijkt uit interne documenten die in het bezit zijn van deze krant. Helaas zijn de signalen niet altijd eenduidig.
Kan het schrijnend zijn als mensen die al jaren in Nederland wonen en wier kinderen hier geboren zijn, moeten vertrekken?
Sommige medewerkers van 3AG vinden van wel. De minister niet. Dat blijkt als talkshow-presentator Robert Jensen haar op 10 mei een vraag daarover stelt.
"Uit de reactie van mevrouw Verdonk kan ik niets anders opmaken dan dat zij op deze gronden nimmer verblijf zal toestaan", mailt de manager van de eenheid een dag na de uitzending aan zijn team.
"De Minister legt de verantwoordelijkheid geheel bij de ouders die in de onzekerheid over hun verblijfsrecht toch een gezinsleven starten." Hij kondigt aan nota´s die alleen deze aspecten noemen, niet meer te zullen steunen.
Een seniormedewerker leert op een ´cursus schrijnendheid´ welke zaken weinig kans maken.
"Voorbeeld van zo´n zaak: Ouders van een hier genaturaliseerde dochter of zoon", noteert ze in een verslag. "Ouders raken op leeftijd en willen heel graag verblijf bij hun kind. Op zich heel begrijpelijk. Dit soort zaken wordt afgewezen omdat het een sterk aanzuigende werking heeft. [...] Bovendien speelt mee dat mensen die op leeftijd geraken (medische) zorg behoeven en dat is kostbaar."
Op een nota over een Angolese vrouw voor wie schrijfster Marion Bloem zich inzet, staat een geschreven opmerking onder de naam van de directeur asiel. "Vind het echter geen sterke casus. Kan wel mediagevoelig worden."
Niet alleen ´zielepoten´ kunnen schrijnend zijn. "Ook geslaagde mensen die zich inzetten voor de NL´se maatschappij, maar die op grond van het beleid (net) niet voor een verblijfstitel in aanmerking komen", kunnen tot Nederland worden toegelaten, meldt een cursusverslag.
Maar de zaak van een succesvolle Ethiopiër die twaalf jaar in Nederland is, vindt de Commissie Schrijnende Zaken toch "te mager". "Langdurig verblijf plus integratie alleen is niet voldoende. Er moet nog iets bijkomen in de zin van medische omstandigheden of iets dergelijks", mailt een medewerker van het hoofdkantoor.
Op aandringen van unit 3AG wordt deze nota tóch voorgelegd aan Verdonk zelf. Maar, rapporteert Rijswijk, "zij wil hierover nog overleg met HIND [hoofd IND, red.] omdat ze vreest voor precedentwerking vanwege falen van advocaat in deze zaak".
Op 27 juli voltooit een medewerker van 3AG een nota over een Iraans gezin, sinds 1995 in Nederland. De vader heeft cursussen Nederlands en ICT gedaan en werkt als vrijwilliger bij de Voedsel- en Warenautoriteit. Zijn dochter is vierdejaars tandheelkunde, zijn zoon tweedejaars elektrotechniek. Tot en met de Commissie Schrijnende Zaken vinden IND-ambtenaren dat het gezin in Nederland mag blijven. "Betrokkenen zijn een aanwinst voor de Nederlandse samenleving", noteert de Commissie op 31 juli.
Maar de minister wijst de aanvraag af en de nota keert terug in Zevenaar. Op het eerste blad staat: "Dit is een hevig precedent! Eigenlijk wordt hier berust in verblijf, uitsluitend vanwege goede integratie. Andere argumenten zijn er niet. Als die weg wordt geopend zullen er vele volgen!"
Unit 3AG vermoedt dat de secretaris-generaal deze woorden heeft genoteerd, omdat ze geschreven zijn in groene inkt. De minister schrijft met rood. Er zit ook nog een geel plakkertje op de nota. Daarop staat een verzoek van, vermoedt unit 3AG, iemand van het Bureau Ondersteuning Hoofddirectie. Of de unit niet kan proberen "deze sympathieke zaak" toch ingewilligd te krijgen, wellicht via een kennismigrantenregeling.
Veel nota´s gaan er niet van Zevenaar naar de minister. Teamleden zien op tegen de bewerkelijke procedure en de meestal negatieve uitkomst. Anderen kunnen niets schrijnends in hun dossiers ontdekken. Op een vergadering merkt iemand op dat dit per ambtenaar varieert, "zoals de pijngrens voor de een hoger is dan voor de ander".
"In 2006 hebben jullie acht nota´s voorgelegd", rapporteert het hoofdkantoor in mei. Van die acht schrijnende zaken is er dan een ingewilligd. Een ligt nog bij de minister, een bij de Commissie Schrijnende Zaken. In de overige vijf zaken moet nog nader onderzoek worden gedaan.
Op 14 januari 2003 zei toenmalig minister Nawijn (Vreemdelingenzaken, destijds LPF) bereid te zijn nog eens te kijken naar ´schrijnende gevallen´ onder asielzoekers die al lang in Nederland wonen. Dit resulteerde in duizenden brieven.
Eerst stuurde de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een afwijzend briefje terug, maar de Raad van State bepaalde dat de briefschrijvers recht hadden op een serieuze beslissing.
Minister Verdonk zegde in 2005 toe dat alle ´14/1-brieven´ (naar de datum van Nawijns uitspraak) die de IND tot dan toe had ontvangen, behandeld zouden worden als volwaardige aanvraag.
Van de 15.750 brieven waren er volgens de meest recente IND-cijfers op 1 mei dit jaar 13.000 behandeld. Ongeveer 700 brieven leidden tot de verstrekking van een verblijfsvergunning, aldus de IND op een rechtszitting in april van dit jaar.
Bron: NRC, 21 oktober, Joke Mat
|