|

|
| 12-11-05 - In mijn dromen zie ik brandende mensen |
Met de aanhouding van een 25-jarige Libiër op verdenking van brandstichting,
lijkt de toedracht van de ramp in het cellencomplex op Schiphol duidelijk.
Hoe kon de brand in vleugel K toch zo uit de hand lopen dat er in de vroege
uren van donderdag 27 oktober elf doden vielen? Een tussenbalans, twee weken
na de ramp. "Ik heb mensen zien branden. Mijn ogen zijn schuldig."
Schiphol - Hij leeft. Was dat ook nog zo geweest als hij een dag voor de
brand niet naar een andere cel was verhuisd? Giorgi denkt er liever niet al
te lang over na. Eigenlijk zou hij ze dankbaar moeten zijn, de bewakers van
het uitzetcentrum Schiphol-Oost. Diep van binnen is hij woedend op hen.
Weken achter elkaar zat hij in cel 4 van vleugel K, waar hij mocht roken
zoveel hij wilde.
In de namiddag van dinsdag 25 oktober wordt dat pleziertje hem ineens
ontnomen. Giorgi wordt uit zijn cel geplukt en meegevoerd door twee
bewakers. "Je gaat het land uit, jongen", voegen ze hem toe. Giorgi
schrikt. Terug naar Georgië betekent terug naar het land waaruit hij ooit
vluchtte, omdat hij gemarteld werd vanwege een verkeerde politieke voorkeur.
Als bewijs voor die gruweldaden draagt hij nu twee littekens van steekwonden
met zich mee: één op zijn buik en één in zijn hals.
Verlamd door angst begint Giorgi aan een lange wandeling, die eindigt boven
aan een vliegtuigtrap. Daar aangekomen verschijnt er een brede grijns op de
gezichten van zijn bewakers. "Nee hoor, je wordt helemaal niet uitgezet",
lachen ze hem toe. Terug in het uitzetcentrum wordt de 32-jarige Georgiër
drie uur opgesloten in een waslokaal, terwijl zijn spullen uit zijn cel
worden gehaald.
Cel 4 is nu voor twee Turken. Giorgi moet het voortaan met cel 9 doen. Roken
mag hij daar niet meer. Lang zal Giorgi er niet zitten, want nog geen 36 uur
later verhuist hij opnieuw. Dit keer naar het detentiecentrum in Zeist.
Vleugel K is door brand verwoest. De twee Turken van cel 4 zullen de
verhuizing niet meer meemaken. Ze zijn gestikt in de rook. Nog negen anderen
komen om in de brand.
***
In detentie- en uitzetcentrum Schiphol-Oost, iets ten zuiden van de
Aalsmeerderbaan, zitten Surinamers, Turken, Bulgaren, Brazilianen, Afghanen
en Oekraïners. In totaal telt het complex tien vleugels met circa 350
gedetineerden. Het gebouw wordt in 2002 in fasen uit de grond gestampt.
Minister Korthals van Justitie staat onder grote druk van de Tweede Kamer:
er moeten honderden cellen bij komen om de bolletjesslikkers die Nederland
overspoelen te kunnen vastzetten. Tegelijkertijd is er grote behoefte aan
uitzetcentra voor illegale vreemdelingen. Verspreid over het land verrijzen
er in korte tijd cellencomplexen. Ze zijn veelal opgetrokken uit
prefabmaterialen omdat ze tijdelijk zijn. Ze krijgen echter steeds meer een
permanent karakter.
Het detentiecentrum Schiphol wordt opgetrokken uit containerunits, die in
rijen van dertien naast elkaar worden neergezet. De wanden van de containers
bestaan uit onder meer aluminiumplaat, glaswol en triplex. Ze zijn een half
uur brandwerend, zoals de regels gebieden, zegt directeur Harry van Zandwijk
van Jan Snel BV uit Montfoort, één van de leveranciers.
Volgens hem zijn er TNO-rapporten die dat kunnen aantonen, maar TNO zegt
dat het iets anders ligt. Er bestaan weliswaar rapporten, maar die hebben
betrekking op containerunits waaruit het detentiecentrum in Zeist is
opgebouwd. "Of die containers ook op Schiphol zijn gebruikt, is nog maar de
vraag", aldus een woordvoerder.
Tropendak
Bovenop de units wordt een zwevend tropendak geplaatst. Ook tussen de cellen
is ruimte. Over deze loze ruimten velt het Nederlands Instituut voor
Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) in december 2002 een vernietigend
oordeel. Aanleiding is een brand op 30 november in vleugel C van het gebouw,
dat dan nog in aanbouw en onbewoond is. Vooral door de ruimten boven en
tussen de cellen grijpt het vuur flink om zich heen. Om het complex
brandveilig te maken, moet dat verholpen worden, aldus het Nibra.
Het is nog steeds onduidelijk of dat ook gebeurd is. De gemeente
Haarlemmermeer verklaart van wel, het Nibra zegt het niet te weten en
plaatsvervangend commandant Wevers van de brandweer Haarlemmermeer zei kort
na de brand dat de aanbevelingen "misschien niet tot het laatste schroefje
zijn opgevolgd".
Nauwkeurigheid is juist cruciaal, zegt voorzitter Cees de Raadt van
Brandveilig Bouwen Nederland. "Het gaat niet er alleen om dat de containers
brandwerend zijn, maar dat de constructie van het hele complex dat is. Als
je gaten in wanden en plafonds maakt, breng je een verzwakking aan. Als je
dat niet goed afwerkt en kieren en gaten laat ontstaan, dan kun je nog zulke
goede rapporten hebben, maar je hebt er niets aan."
Bouwbedrijf Sprangers uit Breda is verantwoordelijk voor de constructie van
het cellencomplex en de installatie van de containerunits. Directeur Cees
Franse van dat bedrijf wil niets zeggen, zolang het technisch onderzoek naar
de brand loopt. "Ik ben alle telefoontjes even beu."
***
De gevangenen in het detentiecentrum Schiphol-Oost zeggen dat ze zich nooit
druk hebben gemaakt over de kwaliteit van het gebouw. Ze hadden wel iets
anders aan hun hoofd. Volgens strafrechtadvocate Renate Honig, die het
complex wekelijks bezocht, is het een snel uit de grond gestampte doolhof.
"Als je er eenmaal in bent, weet je helemaal niet meer waar je zit."
Over het personeel maakten de gevangenen zich meer zorgen. "Als je hen
belde, duurde het soms wel twintig minuten tot een half uur voordat ze
kwamen opdagen", verklaart een vrouwelijke gedetineerde uit vleugel J, die
anoniem wil blijven. "Ze waren agressief en scholden iedereen uit voor
bolletjesslikker."
Een medewerker van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), die evenmin met
zijn naam in de krant wil, bevestigt dat het er in de detentiecentra niet
altijd even zachtzinnig aan toegaat. Vooral de mensen van het particuliere
beveiligingsbedrijf Securicor moeten het ontgelden. "Ze kunnen de deur
opendoen en iemand zijn eten geven, maar dat is het dan ook."
Van zijn collega´s op Schiphol heeft hij verschrikkelijke verhalen gehoord.
Zo zou er ´s nachts niemand aanwezig zijn bij de vluchtelingen. "De
bewakers zitten alleen op de centrale post." De vluchtelingen mogen roken
op hun cel, weet hij. "Het brandalarm gaat er regelmatig af. Dat drukken de
bewaarders in negen van de tien gevallen weer weg."
Veel van zijn collega´s hebben geen greintje respect voor de gedetineerden,
zegt hij. "Vooral de vluchtelingen worden continu uitgescholden. Ga terug
naar je eigen land, dat soort teksten. Er zijn zelfs collega´s die de
Hitler-groet brengen, recht voor hun neus. Het ergste dat ik heb gehoord is
dat asielzoekers tijdens de ramadan om zeven uur vroegen om eten en thee. Ze
kregen te horen dat ze maar even moesten wachten."
***
In vleugel K zitten de vreemdelingen met zijn tweeën op één cel. Overdag mogen de gevangenen rondlopen, een biljartje leggen of een potje tafeltennis
spelen. Op de cel is er afleiding in de vorm van een tv. Mohammed Tahir
kaart liever, samen met zijn celgenoot. Op de avond van de brand houdt hij
het na de nodige potjes tegen twaalven voor gezien.
Hij dommelt langzaam in, terwijl zijn celgenoot de tv uitzet, het kaartspel
opbergt en het toilet opzoekt. Dan gaat ineens de deur in de gang open.
"Vals alarm", hoort Tahir iemand zeggen",Vals alarm." De Algerijn hoort twee bewakers weglopen en de deur op de gang dichtklappen.
Ook Momen Nouri, uit cel 12, hoort de bewakers binnenkomen. "Ik hoorde
plotseling iemand om hulp roepen", vertelt de Afghaan. "Er kwam een vrouw,
die door een luikje mijn cel in keek. Ze zei dat er niets aan de hand was.
Ik zag op dat moment al rook."
Volgens beide gevangenen duurt het een kwartier voordat de bewakers weer
terugkomen. Uit steeds meer cellen klinkt geschreeuw. "Er ontstond enorme
paniek", zegt Tahir. "Brand! hoorde ik roepen, Brand! Het hield maar niet
op."
De Afghaan Fazl Ahmed Babakarkhyn, uit cel 24: "Taras uit Oekraïne zat in
een cel tegenover mij. Ik hoorde hem roepen in het Russisch: Alsjeblieft,
help mij, help mij. Ik werd bang van zijn geschreeuw, ik heb die stem nog in
mijn hoofd. Ik hoorde mensen rennen op de gang. Ik wilde het raam
kapotmaken, schopte tegen de muren. Toen ging mijn celdeur open. Ik heb
Taras nog in een glimp gezien. Hij wilde een vriendin uit Oekra&ium;;ne redden,
maar ze hebben het geen van beiden gered. Meer weet ik niet. Ik keek om, zag
mijn Afrikaanse celgenoot vluchten, en ben daarna naar buiten gerend."
Sleutel
Ook Momen Nouri rent de gang op. "Ik probeerde andere cellen te openen,
maar dat lukte niet. Wel kon ik door het raampje kijken bij een cel. Ik zag
twee mensen rennen. Ze brandden. Ik huilde, ik was helemaal kapot. Ik heb
een vrouwelijke bewaker om een sleutel gevraagd, maar die kreeg ik niet en
toen moest ik wel wegrennen. De rook dwong me."
Mohammed Tahir ziet in de hoek van de gang iemand liggen. Hij rent eropaf en
buigt zich voorover. Een Surinamer, denkt Tahir. "Hij was half bloot, zijn
hele rug verbrand. Samen met de Afghaan uit cel 8 heb ik hem vastgepakt en
weggesleept. Vier, vijf meter. Daarna hebben bewakers het overgenomen."
Eenmaal buiten ziet Tahir dat de man helemaal geen Surinamer is, maar een
Noord-Afrikaan die zwart geblakerd is door het vuur en de rook. Het blijkt
een 25-jarige Libiër uit cel 11. Per ambulance wordt hij afgevoerd naar het
ziekenhuis.
De gevangenen van vleugel K worden in een luchtkooi bij de aanpalende
vleugel J gejaagd. "Toen we daar stonden, wilde ik en nog een paar anderen
teruggaan om andere gevangenen te redden", zegt Momen Nouri",maar de
bewakers trokken geweren om ons tegen te houden. Een grote Afrikaan stak z´n
borst vooruit en zei: schiet me neer dan, maar dat deden ze niet. We hebben
tot in de ochtend buiten in de kou gestaan."
Waarom, vragen veel gedetineerden en advocaten zich af, waarom heeft het zo
lang moeten duren voordat de cellen werden opengemaakt? De Georgiër Giorgi
werd pas om half één, bijna een half uur na de brandmelding, bevrijd. "Je moet die cellen toch binnen vijf minuten open kunnen krijgen?", zegt zijn advocaat Jan de Kok.
De meesten van de negen aanwezige bewakers stonden volgens Mohammed Tahir
aan de grond genageld. "Ze hebben alleen de deur naar de gang open
gehouden. Verder hebben ze niets gedaan." Over één bewaakster van Securicor zijn de gevangenen vol lof. "Zij heeft levens gered", zegt Tahir. "Zij heeft als enige cellen opengemaakt. Ik geloof dat ze tot nummer 15 is gekomen. Daarna moest ze terug door de rook en het vuur. Ze was bijna zelf
omgekomen. Die mevrouw is een heldin."
***
Anderhalve week na de brand reageert Mohammed Tahir ongelovig op het bericht
dat de 25-jarige Libiër uit cel 11 door justitie verdacht wordt van
brandstichting in zijn cel. "Hij zonderde zich af. Niemand kende hem goed.
Hij was er ook nog niet zo lang. Hooguit een dag of twee, drie. Ik heb hem
één keer gesproken. Toen maakte hij een opgewekte indruk. Niets bijzonders eigenlijk."
Ook Saïd Soefizadeh uit cel 8 is verbaasd. "Hij leek mij een heel gewone
man. Ik had niet de indruk dat-ie gek was."
De gevangenen klagen nog steeds over hoofdpijn. Lang niet allemaal hebben ze
een arts gezien. Verscheidene gevangenen zeggen dat de dokter hun behalve
slaappillen ook methadon aanbood. Alsof ze junks zijn. Een gesprek met de
pastor of de psycholoog vond pas anderhalve week na de brand plaats.
Geholpen heeft het niet, zeggen de gevangenen. De paniek zit nog steeds in
hun hoofd. "Ik kan de nacht maar niet vergeten", zegt Momen Nouri. "Ik heb mensen zien branden. Het leken wel gekken, zoals ze rondrenden. Mijn
ogen zijn nu schuldig. Ik wil mijn verhaal kwijt, maar er zijn nergens
tolken. Zonder pillen slaap ik niet meer. De nachten zijn verschrikkelijk.
In mijn dromen zie ik brandende mensen."
Ook de Georgiër Giorgi is volgens zijn advocaat Jan de Kok zwaar
getraumatiseerd. "Tijdens de brand heeft hij zijn Georgische vriend Dato
Kasojef horen schreeuwen. Hij heeft de bewakers om de sleutels gevraagd. Hij
heeft ze niet gekregen. Giorgi dacht dat hij Dato nog kon redden. Het
geschreeuw klinkt voortdurend in zijn hoofd."
Bron: Nederlands Dagblad, 12 november, door Rudi Buis en Jan Salden
|