16-06-05 - Jami uit Afghanistan staat op straat

Een plastic tas met kleren, plant en schilderijtje. Meer heeft Jami uit Afghanistan niet bij zich als hij uit het asielzoekerscentrum wordt uitgezet. De straat op.
De rechterwang van voorzitter Dedde de Jong van de Raad van Kerken wordt dik. Zijn keel kleurt blauw.
Daar heeft de man van de vreemdelingenpolitie zijn knie in gezet.

De Jong is een van de mensen van Van Harte Pardon Wageningen die de uitzetting van de 35-jarige Afghaan Jami uit asielzoekerscentrum De Leemkuil gisterochtend vroeg heeft proberen te voorkomen.

Met een vreedzame blokkade voor de deur van de kamer van Jami.

De twee politiemannen van de vreemdelingendienst hebben daar geen boodschap aan. Die komen hun werk doen en dat is Jami uit De Leemkuil zetten. Op straat. En als de twaalf mensen voor zijn deur niet weg willen, dan slaan ze zich daar wel doorheen. Letterlijk. De Jong en Wilbert Hoefsloot van Vluchteling Onder Dak krijgen serieus klappen.

De schrik is groot.

Het zijn niet de meest doorgewinterde actievoerders die zich op de vloer van de gang van het asielzoekerscentrum nestelen, nadat ze zonder probleem het terrein op zijn gewandeld. Een aantal arriveert per auto. Bij overleg vooraf in de berm langs de Keijenbergseweg informeert een vrouw hoelang het duurt als de politie je meeneemt wegens obstructie. "We moeten wel om twaalf uur de kinderen van school halen."

Het illustreert dat de weerstand tegen het uitzetbeleid van minister Verdonk van Vreemdelingenzaken groot is. Vooral in Wageningen, waar de Raad van Kerken, Vluchteling Onder Dak, het Politiek Infocentrum, GroenLinks en SP samenwerken in Van Harte Pardon.

Die organisatie houdt acties tegen het op straat zetten van mensen, zonder geld en manier om in hun levensonderhoud te voorzien en staat vluchtelingen terzijde.

Zoals Jami. Hij is uitgeprocedeerd en weliswaar een nieuwe procedure begonnen, maar de Vreemdelingenwet bepaalt dat hij de uitslag ervan niet meer in het asielzoekerscentrum mag afwachten. Dus staat Jami op straat.

Nadat assistentie van de Wageningse politie is komen opdraven en wèl gepraat kan worden, besluiten de actievoerders in overleg met Jami het niet op een verdere confrontatie te laten aankomen en vertrekken. Met Jami, wiens bezittingen bestaan uit niet meer dan een plastic tas met kleren, een plant en een schilderijtje. Hij krijgt een hand van medewerkers van De Leemkuil en een brief waarin staat dat hij niet meer op het terrein van het asielzoekerscentrum mag komen.

GroenLinks-raadslid Dorien van de Laak, die ook aan de actie deelneemt, regelt dat loco-burgemeester Huijbers de groep ontvangt in het stadhuis aan de Markt. Huijbers vraagt een ambtenaar te bekijken of de gemeente nog iets voor Jami kan betekenen.

Ook belooft hij met de politie te praten over het grove optreden van de vreemdelingendienst en dat ook door te geven aan het meldpunt van de VNG.

Jami wacht eenzelfde lot als zijn moeder en zus, die eerder uit het asielzoekerscentrum in Lichtenvoorde gezet zijn en een paar dagen hier, een paar dagen daar logeren. Zijn vader is in Afghanistan vermoord door de Taliban. Voor een plek in de noodopvang aan de Mansholtlaan komt Jami waarschijnlijk niet in aanmerking. Die is trouwens vol. Achter zijn naam in de administratie van het asielzoekerscentrum komt MOB te staan: met onbekende bestemming vertrokken.

Door: Saskia Wassenaar
Bron: De Gelderlander 16 juni 2005